Voedingsstoffen

Om het lichaam te kunnen laten functioneren heeft het voedingsstoffen nodig. Je vindt hier uitleg over de verschillende soorten voedingsstoffen.

Macronutriënten

Het woord geeft deels al weg wat het zijn, macronutriënten zijn namelijk de voedingsstoffen die in grote hoeveelheid in de voeding voorkomen. Deze groep bestaat uit drie subgroepen; koolhydraten, eiwitten en vetten.

•  Koolhydraten

Koolhydraten zijn een ontzettend belangrijke energiebron. De hersenen kunnen zelfs niet zonder koolhydraten! Zo’n 40 tot 70% van een gezonde voeding bestaat uit koolhydraten. Koolhydraten zijn op te delen in verschillende groepen; enkelvoudige of meervoudige koolhydraten en verteerbare of onverteerbare koolhydraten.
Koolhydraten bestaan uit suikermoleculen, ook wel sachariden genoemd. Monosachariden bestaan uit één suikermolecuul, voorbeelden hiervan zijn fructose, galactose en glucose. Disachariden bestaan uit twee suikermoleculen, voorbeelden hiervan zijn lactose, maltose en sucrose. Ten slot zijn er ook nog oligosachariden, bestaande uit drie tot negen suikermoleculen en polysachariden, bestaande uit meer dan negen suikermoleculen.
Verteerbare koolhydraten kan het lichaam opnemen en gebruiken als brandstof. Onverteerbare koolhydraten zijn voedingsvezels, deze kunnen dan ook niet in het lichaam worden opgenomen of worden gebruikt als brandstof. Vezels zijn echter wel belangrijk voor de darmen en stoelgang.

•  Eiwitten

Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Dit kun je vergelijken met puzzelstukjes, verschillende puzzelstukjes vormen samen een eiwit. Er zijn dierlijke of plantaardige eiwitten. Dierlijke eiwitten zijn vooral te vinden in vlees, zuivel en vis. Plantaardige eiwitten zijn vooral te vinden in peulvruchten, brood en noten. Een volwassen persoon heeft gemiddeld 0,8 gram per kilogram lichaamsgewicht aan eiwit nodig.

•  Vetten

Vet bevat energie, vitamine A, vitamine D, vitamine E en essentiële vetzuren. De groep vetten is op te delen in verzadigd vet en onverzadigd vet. Verzadigd vet is het verkeerde vet, dat veel negatieve gezondheidseffecten met zich meebrengt. Onverzadigd vet is het goede vet. Goed ezelsbruggetje: verzadigd —> verkeerd en onverzadigd —> oke.
Verzadigd vet voor een verhoging van het LDL-gehalte in het bloed. Een verhoging van het LDL-cholesterol brengt gezondheidsrisico’s met zich mee. Ingewikkeld en complex verhaal simpel gemaakt: cholesterol bestaat uit HDL- en LDL-cholesterol. LDL-cholesterol brengt cholesterol naar de bloedbaan toe, en HDL-cholesterol ruimt het weer op. Een beetje LDL-cholesterol in het lichaam is niet erg, maar dit moet zeker niet te veel worden. Het is dus aan te raden om zo min mogelijk LDL-cholesterol (dus verzadigd vet) binnen te krijgen, om op die manier het risico op gezondheidsrisico’s (zoals hart- en vaatziekten) te verkleinen.
Onverzadigd vet zorgt voor het tegenovergestelde, namelijk voor een verlaging van het LDL-gehalte in het bloed.
Je kunt verzadigd en onverzadigd vet gemakkelijk herkennen door het volgende proefje: indien een product met vet in de koelkast staat en het hard wordt, bestaat het voor het grootste gedeelte uit verzadigd vet. Indien een product met vet in de koelkast een vloeibare vorm heeft, bestaat het voor het grootste gedeelte uit onverzadigd vet.

Voedingsstoffen

Micronutriënten

Micronutriënten zijn nutriënten die in een kleine hoeveelheid voorkomen in de voeding.

•  Vitaminen

Vitaminen zijn dus erg kleine voedingsstoffen en zijn onmisbaar voor een goede gezondheid. Het lichaam kan zelf geen vitaminen aanmaken. In totaal bestaan er 13 vitamines.
Er zijn grofweg twee groepen vitaminen, vetoplosbare en wateroplosbare vitaminen. Vetoplosbare vitamines zijn vitamine A, D, E en K. Wateroplosbare vitamines zijn vitamine C en het vitamine B-complex (dit bestaat uit 8 B vitamines). Vetoplosbare vitamines zitten vooral in het vet van voedingsmiddelen, denk aan bijvoorbeeld boter voor op je brood. Deze worden in de weefsels van je lichaam opgeslagen. Wateroplosbare vitamines zitten vooral in het water dat in voedingsmiddelen zit, denk aan vitamine C in sinaasappel. De wateroplosbare vitamines zijn voor het lichaam moeilijker op te slaan (behalve vitamine B12, deze wordt vooral opgeslagen in de lever), vandaar dat als je er hiervan teveel hebt, ze via je urine het lichaam weer verlaten.

•  Mineralen

Net als vitaminen zijn mineralen onmisbaar. Mineralen zijn op te delen in twee groepen: mineralen (calcium, chloor, fosfor, kalium, natrium en magnesium) en spoorelementen (chroom, fluoride, ijzer, jodium, koper, mangaan, molybdeen, seleen en zink). Van deze spoorelementen heeft je lichaam maar heel erg weinig nodig.